Het dominante B‑septiemakkoord op gitaar: van eerste greep tot muzikale toepassingen

Weinig akkoorden laten zo direct horen waar de muziek naartoe wil als het dominante B‑septiemakkoord. Het is de motor achter talloze blues‑, folk‑ en countryprogressies, en het is het akkoord dat spanning opbouwt voordat je terugvalt naar E (de tonica). In deze praktische gids krijg je niet alleen de greep zelf onder de vingers, maar vooral: hoe je de klank zuiver maakt, soepel wisselt vanuit E en A, en het akkoord creatief inzet in echte muziek.

Akkoorddiagram: dominant B-septiem op gitaar
Een veelgebruikte open greep voor het dominante B‑septiemakkoord. Let vooral op het dempen van de lage E‑snaar en de ontspannen pink op de hoge E‑snaar.

Wat is het en waarom werkt het zo krachtig?

Het dominante septiemakkoord op de toon B bestaat uit de tonen B, D#, F# en A. In de toonsoort E (groot én klein, mits je in klein de harmonische variant gebruikt) is dit de V7: de natuurlijke aandrijver richting E. De D# fungeert als leidtoon naar E, en het interval tussen D# en A vormt de tritonus die spanning geeft. Daarom voelt dit akkoord als een elastiek dat je terugtrekt naar de grondtoon.

In A‑groot kom je het tegen als een zogeheten secundaire dominant richting E (de V van V), en in E‑klein geeft het akkoord die karakteristieke ‘klassieke’ trekkracht dankzij de opgehoogde zevende trap (D#). Een praktische manier om al deze theorie te onthouden: hoor de klank. Speel E, ga naar A7, en daarna naar het dominante akkoord op B – je zult meteen voelen waar de resolutie hoort. Meer achtergrond vind je via B7 (let op: slechts één keer gelinkt in dit artikel).

De eerste greep: open positie stap voor stap

  1. Zet je middelvinger op de A‑snaar, 2e fret (de grondtoon B).
  2. Plaats je wijsvinger op de D‑snaar, 1e fret (D# – de grote terts).
  3. Ringvinger op de G‑snaar, 2e fret (A – de kleine septiem).
  4. Pinky op de hoge E‑snaar, 2e fret (F# – de kwint).
  5. Laat de B‑snaar open klinken (extra B).

Strum bij voorkeur vanaf de A‑snaar. Dempen van de lage E‑snaar voorkomt een modderige klank: laat je duim net over de rand van de hals komen zodat de lage E lichtjes wordt aangeraakt en niet mee resoneert.

Klankcontrole: vijf veelgemaakte fouten (en snelle fixes)

  • Ratelende hoge E: de pink staat te ver van de fret. Schuif dichter tegen de fret aan en ontspan de pols.
  • Doof klinkende D‑ of G‑snaar: de ringvinger of wijsvinger raakt een naastliggende snaar. Rol je vingers iets naar de duim toe zodat je meer op de vingertoppen speelt.
  • Onbedoelde lage E: duim dempt niet goed. Test elke keer door de lage snaar even afzonderlijk aan te slaan.
  • Statische pols: de pols is recht en stug, waardoor de pink moet ‘reiken’. Een kleine polsbuiging vergroot je bereik en ontspant de hand.
  • Strum te breed: je raakt steeds de lage E. Oefen gericht strummen over alleen A tot en met hoge E, eventueel met een kleinere plectrumhoek.

Soepele wissels vanuit E en A

In een twaalfmatenblues in E wissel je vaak tussen E7, A7 en de dominante op B. Twee tips om de overgang te verkorten:

  • Van E naar het dominante B‑septiem: houd je wijsvinger ‘zwevend’ boven de D‑snaar. Zet eerst de middelvinger (A‑snaar 2e fret), dan wijs (D‑snaar 1e fret), dan ring (G‑snaar 2e fret) en als laatste de pink. Die volgorde maakt de klank snel herkenbaar, zelfs als het akkoord nog niet volledig staat.
  • Van A7 naar het dominante akkoord: verplaats je hand compact naar rechts (richting de klankkast). De A‑ en D‑snaren blijven je ‘anker’: je voelt waar de 2e en 1e fret zitten en bouwt van daaruit op.

Strumpatronen en feel: maak het akkoord muzikaal

Een akkoord is pas muzikaal als het ritme klopt. Probeer deze drie basisfeel‑ideeën:

  1. Shuffle in achtsten: tel 1‑a 2‑a 3‑a 4‑a en accentueer 2 en 4 licht. Laat de downstrokes iets langer ‘hangen’.
  2. Country‑boom‑chick: afwisselend bas (A‑snaar) – akkoord – bas (D‑ of G‑snaar) – akkoord. Perfect voor uptempo folk.
  3. Staccato hits: korte, gedempte slagen op tel 2 en 4 met de palm vlak bij de brug. Geeft een strakkere, funky spanning.

Progressies waarin het domineert

Werk met functies in plaats van alleen letter‑akkoordsymbolen. In E is de verdeling meestal:

  • I7 = E7 (thuisbasis)
  • IV7 = A7 (zijstap)
  • V7 = het dominante B‑septiem (spanning)

De klassieke 12‑matenstructuur kun je zo onthouden: I I I I / IV IV I I / V IV I V. Speel dit met eenvoudige strums, en focus bij de V‑akkoordmaat op een heldere, sprankelende klank zonder ongewenste lage E.

Korte turnaround‑lick over de laatste twee maten

Probeer deze minilick die mooi boven de V‑IV‑I past. Houd het tempo laag en let op demping.

E|---2---2---2---2---|---0---0---0---0---|
B|---0---0---0---0---|---2---2---2---2---|
G|---2---2---2---2---|---0---0---1---2---|
D|---1---1---1---1---|---2---2---2---2---|
A|---2---2---2---2---|---0---0---0---0---|
E|---x---x---x---x---|---x---x---x---x---|
    V-akkoord        IV-akkoord   I-akkoord met kleine beweging
  

Alternatieve grepen: van mini‑barre tot compacte shells

Open akkoorden klinken vol, maar gesloten vormen geven controle op het podium. Drie praktische varianten:

  1. Mini‑barre (A7‑vorm op 2e positie): x24242. Barreeer licht de D‑, G‑ en B‑snaar met je wijsvinger op de 2e fret, ringvinger pakt de D# op de B‑snaar 4e fret, middelvinger de F# op de D‑snaar 4e fret. Strum vanaf de A‑snaar.
  2. Compacte ‘shell’ met lage grondtoon: 7x777x. Leg je wijsvinger op de lage E‑snaar 7e fret (B), barreer D‑G‑B op de 7e fret met je ringvinger. Sla de A‑ en hoge E‑snaar niet aan. Super voor strakke, ritmische comping.
  3. Vier‑snaren jazz‑voicing (top‑strings): x 2 1 2 0 x om te beginnen, en verschuif naar x 9 8 10 x voor hoger op de hals. Werk met kleine slides voor kleur.

Let bij gesloten vormen op je polshoek: een iets ‘gebroken’ pols helpt om de barre te ontspannen en zuiver te houden.

Capo en transpositie: slim spelen zonder extra spanning

Wil je dezelfde klank zonder lastige greep? Zet een capo op de 2e fret en speel een A7‑vorm. Je krijgt daarmee effectief het dominante septiemakkoord op B, mét de vertrouwde open‑akkoordresonantie. Handig bij akoestische sessies of als je snel wilt wisselen tussen toonsoorten zonder nieuwe grepen te leren.

Kijk en luister: zo hoort de resolutie te voelen

Bekijk de onderstaande korte video en luister vooral naar het moment van spanning en ontspanning wanneer het dominante akkoord oplost naar E. Probeer daarna op je eigen gitaar exact dat gevoel na te bootsen, eerst met lange slagen, daarna met kortere ‘shots’.

Stijlgerichte toepassingen

Blues

In blues is de V7 het ankerpunt van je turnaround. Varieer met accenten op de ‘&’ van 2 en 4, en voeg af en toe de 9 (C#) toe voor meer kleur. Een subtiele slide van de kleine terts (D) naar D# op de D‑snaar levert meteen die zwoele, ‘greasy’ sound op.

Country/Folk

Combineer bass‑runs (bijv. A‑snaar 0‑2 naar D‑snaar 1‑2) om de overgang naar de V7 te markeren. Houd de rechterhand licht en veerkrachtig; laat het akkoord kort los na de slag voor die kenmerkende ‘boom‑chick’ luchtigheid.

Jazz/Pop

In jazz kun je de V7 kleuren met b9 (C) of #9 (C##/D) en zelfs substitueren met de tritonussub (F7) om chromatische bassen te creëren. In pop werkt een sobere shell (grondtoon + terts + septiem) vaak beter dan de volle open greep: minder wol, meer definitie in de mix.

Micro‑oefeningen: 10 minuten die echt verschil maken

  1. Intonatiecheck (2 minuten): sla elke toon van de greep apart aan, van laag naar hoog. Hoor je een doffe snaar? Corrigeer vingerhoek of drukkracht, niet harder knijpen.
  2. Wissel‑dril (3 minuten): E7 – A7 – V7 – E7 in kwartnoten met metronoom. Begin op 60 bpm, verhoog per dag met 2 bpm. Focus: zo min mogelijk vingers los van de hals.
  3. Ritme‑variatie (3 minuten): speel 4 maten V7 in drie feels (shuffle, recht, staccato). Neem jezelf op en kies de meest muzikale uitvoering; herhaal die nog eens 2 maten.
  4. Kleurtonen (2 minuten): voeg afwisselend de 9 (C#) en de b9 (C) toe op de B‑snaar om te horen hoe de spanning verandert. Los daarna steeds naar E op.

Snelle referentie

Situatie Wat te spelen Waarom
Blues in E Open greep of 7x777x‑shell Volle klank of strakke comping op de V7‑maat
Country/folk Open greep met bass‑runs Duidelijke cadens, luchtige groove
Popband Mini‑barre x24242 Controle over dynamiek, minder modder in de mix
Jazz Shell + b9/#9 of tritonussub (F7) Meer harmonische kleur en stemvoering
Capo‑situatie Capo 2 + A7‑vorm Zelfde functie, eenvoudiger greep en prettige resonantie

Gehoortraining: hoor de functie, niet alleen de vorm

Zing de vier chord tones: B (grondtoon), D# (terts), F# (kwint), A (kleine septiem). Speel ze vervolgens op één snaar, bijvoorbeeld op de G‑snaar, en luister hoe D# en A samen dat ‘spanningsveld’ vormen. Sluit af door langzaam naar E te gaan en te voelen hoe de spanning oplost. Wie dit consequent oefent, grijpt in de band nooit mis op het moment van de cadens.

Probleemoplossing: wanneer het niet wil lukken

  • Pinky haalt de 2e fret op de hoge E niet zuiver: verlaag je duimpositie iets. Vaak staat de duim te hoog, waardoor de pink moet overstrekken.
  • Onrustige overgang vanuit A7: oefen ‘ghost changes’. Zet de vingers millimeters boven de snaren in de vorm van het komende akkoord en ‘land’ dan pas op tel 1.
  • Te veel ongecontroleerde resonantie live: kies een shell‑voicing of demp met de rechterhandpalm direct na de slag om ruimte te laten voor bas en zang.

Concreet plan voor de komende week

Dag 1–2: focus op de open greep en klank per snaar. Dag 3–4: wissels met E7 en A7 in langzaam tempo, plus het country‑boom‑chick‑patroon. Dag 5: voeg de mini‑barre x24242 toe en oefen in 12‑matenstructuur. Dag 6: neem een korte backingtrack in E en wissel per vier maten tussen open greep en shell. Dag 7: opname‑moment; kies de beste feel en noteer wat je volgende week wil aanscherpen (bijv. demping of timing op de ‘&’ van 2).

De kern

Het dominante septiem op B is geen ‘moeilijk akkoord’, maar een test van basisgitaarvaardigheden: vingerplaatsing, demping, timing en hoorvaardigheid. Als je het akkoord in meerdere vormen kent, het ritmisch overtuigend speelt en de resolutie naar E in de vingers én in je oor hebt, opent dat de deur naar geloofwaardige blues, stevige country en volwassen pop‑ of jazzcomping. Maak het muzikaal, niet alleen correct. Dan draagt dit krachtige akkoord je hele groove.